zondag 19 februari 2017

Ons leven is uiteindelijk

Ons leven is uiteindelijk 
onze eigen verantwoordelijkheid. 
Er zijn vele dingen waarover 
we geen zeggenschap hebben 
en waarvoor we niet verantwoordelijk zijn. 

Maar we zijn verantwoordelijk voor hoe 
we op omstandigheden reageren. 
En uitsluitend onze reactie bepaalt 
of die omstandigheid ten goede 
of ten kwade wordt gekeerd. 

Vaak reageren we automatisch, 
door in de verdediging te gaan 
of innerlijk in elkaar te krimpen 
in plaats van creatief op een mens 
of een situatie te reageren. 

Gedachteloze reacties brengen zelden 
begrip of intimiteit tussen mensen teweeg. 

Aangezien we allemaal 
naar intimiteit hunkeren, 
kan het ons voordeel opleveren 
om het erop te wagen 
te leren hoe we onszelf 
uit die automatische piloot krijgen 
en bewust onze reactie kunnen kiezen. 

Wanneer we bewust en creatief 
onze respons leren kiezen, 
zijn we vrijer om een leven 
van voortdurende groei 
en meer geluk op te bouwen.
(Sue Putton Thoele)

vrijdag 20 januari 2017

De meesten van ons zullen moeten toegeven

De meesten van ons zullen moeten toegeven 
dat we piekmomenten hebben gekend, 
die zo ver buiten de tijd stonden 
dat verleden en toekomst leken weg 
te smelten in vergetelheid. 

Verloren in een zonsondergang; 
totaal opgaand in het spel van maanlicht 
op het water van een zwarte, peilloos diepe vijver; 
weggedreven uit het zelf en de tijd 
in de vervoerende omhelzingen van een geliefde...

Wie heeft nooit het tijdloze ervaren? 
Wat hebben al deze ervaringen gemeen?
Het lijkt alsof in al die ervaringen 
de tijd is opgeschort, 
omdat we volledig opgaan in het huidige moment...

Het huidige moment is een tijdloos moment, 
en een tijdloos moment is een eeuwig ogenblik - 
een moment dat verleden noch toekomst kent, 
voor noch na, gisteren noch morgen. 

Opgaan in het huidige moment 
betekent dus een duik in de eeuwigheid, 
een door de spiegel stappen 
in de wereld van het Ongeborene en het Onsterfelijke. 
(Ken Wilber)

vrijdag 16 december 2016

Riet - XXII


Cirkels - VI


We treden de duisternis binnen

We treden de duisternis binnen, we zoeken inwijding, 
teneinde rechtstreeks te weten hoe de wortels 
van alle wezens met elkaar verbonden zijn - 
hoe die relatie tot uitdrukking komt 
in termen van onderlinge afhankelijkheid 
en tenslotte hoe alle verschijnselen 
in elkaar aanwezig zijn. 

Ja, de wortels van alle levende dingen 
zijn verbonden. 
Diep in de grond van het bestaan 
vormen ze een wirwar en omhelzen elkaar... 

Als we dieper kijken, ontdekken we dat we 
niet beschikken over een afgescheiden identiteit 
van het zelf, een zelf dat niet zon en wind, 
aarde en water, schepsels en planten, 
en anderen omvat. 

We kunnen niet bestaan zonder de aanwezigheid 
en steun van de onderling verbonden cirkels 
van de schepping - de geosfeer, de biosfeer, 
de hydrosfeer, de atmosfeer 
en de sfeer van onze zon. 

Allemaal zijn ze verwant met ons; 
we zijn voor ons bestaan 
van elk van de sferen afhankelijk. 
(Joan Halifax)

woensdag 30 november 2016

Boom en wolken - II


Blaadje


Lied van de strodakhut

Ik heb een strooien hut gebouwd die niets van waarde bevat. 
Na het eten ontspan ik en geniet van een dutje. 
Toen de hut klaar was, verscheen er vers onkruid. 
Nu hij langer bewoond is, heeft het onkruid alles overwoekerd. 
De persoon in de hut leeft hier rustig, 
niet gehecht aan binnen, buiten of iets ertussen.  
Op plekken waar wereldse mensen leven, leeft hij niet. 
Processen die wereldse mensen waarderen, waardeert hij niet. 
De hut is weliswaar klein, maar hij omvat de hele wereld. 
In enkele vierkante meters verlicht 
een oude man alle vormen en hun aard. 
Bodhisattva's van het Grote Voertuig 
bezitten een onwankelbaar vertrouwen. 
Een gemiddeld of eenvoudig iemand 
vraagt zich onwillekeurig af: 
zal zo'n hut wel standhouden? 
Vergankelijk of niet, de oorspronkelijke meester is aanwezig, 
hij dwaalt niet noord of oost, zuid of west. 
Er is niets dat deze stevige basis 
van duurzaamheid kan overtreffen.
(Shitou)

maandag 21 november 2016

Lapis lazuli - III


Beukenbladeren - II


Zing je lied

Je ziel heeft zijn eigen lied. 
Jouw unieke energie en doel worden tot uitdrukking 
gebracht via je talenten, je liefhebberijen en je visioenen. 
Als je in contact bent met je vreugde en ernaar handelt, 
voelt je hart zich vervuld en is je leven lonend. 
Als je niet in contact bent met de dingen waarvan je houdt, 
voel je je leeg, is je leven frustrerend 
en vraag je je af wat je hier doet. 

Maar ook als je wordt afgeleid door angsten 
en moeilijkheden van de wereld, 
leeft het lied nog steeds in jou. 
De melodie zit dieper in je ziel gegrift 
dan welke ervaring ook. 
Op je reis door problemen, omwegen of tegenslagen, 
is je innerlijke gids je loods die je aanspoort 
om door te gaan en stralend te voorschijn te komen. 
Bij een grote uitdaging treedt je innerlijk weten 
met ongeëvenaarde kracht naar voren. 
Al je levenslessen helpen je om weer contact 
te maken met de muziek van je ziel. 

Het kan zijn dat anderen proberen je hùn lied 
te laten zingen in plaats van je eigen lied. 
Als je dat doet, wordt je rancuneus en verlies je je stem. 
Om hem weer terug te krijgen, 
moet je terugkeren naar jouw waarheid 
en ernaar handelen. 
Verloochen jouw expressie nooit 
ten gunste van die van een ander. 
Je kunt iemand anders in harmonie brengen en steunen, 
maar doe dat niet ten koste van je eigen geluk. 

Je kunt anderen het beste dienen 
door hen aan hun lied te herinneren. 
Oordeel, straf en machtsspel helpen niet; 
die jagen mensen alleen maar verder weg van hun vreugde 
en maken pijn en zelfvernietigend gedrag alleen maar erger. 
Als iemand in moeilijkheden of in conflict is,
help hem dan herinneren wie hij werkelijk is 
en dan zal hij er geen behoefte 
aan hebben om anderen te kwetsen. 

Authentieke zelfexpressie brengt 
genezing, verlossing en verlichting. 
Onthoud je lied en je krijgt een onweerstaanbaar charisma...
en je vindt bovendien innerlijke vrede. 
(Alan Cohen)

vrijdag 11 november 2016

Avondwolken - III


Vliegenzwam - IX


Hoe weinig ik van nut ben

Hoe weinig ik van nut ben,
Ik hef mijn vinger en laat
Niet de kleinste streep achter
In de lucht.

De tijd doet mijn gezicht vervagen,
Ze is reeds begonnen.
Achter mijn voetstappen in het stof
Wast de regen de straten blank
Als een huisvrouw.

Ik was hier.
Ik ga voorbij
Zonder spoor.
De olmen langs de weg
Wenken me toe hoe ik nader,
Groen blauw gouden groet,
En vergeten mij,
Voordat ik voorbij ben.

Ik ga voorbij –
Maar misschien laat ik achter
De zachte klank van mijn stem,
Mijn lachen en mijn tranen
En ook de groet van de bomen in de avond
Op een stukje papier.

En in het voorbijgaan
Helemaal zonder bedoeling,
Steek ik de een of andere
Lantaarn aan
In de harten aan de rand van de weg.
(Hilde Domin)

vrijdag 4 november 2016

Amberblad - IV


Esdoornblad - IV


Enige woorden over de ziel

Een ziel heb je zo nu en dan.
Niemand heeft haar ononderbroken
en voor altijd.
Dagen en dagen,
jaren en jaren
kunnen zonder haar voorbijgaan.

Soms verwijlt ze alleen in het vuur
en de vrees van de kinderjaren
wat langer bij ons.
Soms alleen in de verbazing
dat we oud zijn.
Zelden staat ze ons bij
tijdens slopende bezigheden
als meubels verplaatsen
en koffers tillen
of een weg afleggen op knellende schoenen.

Bij het invullen van formulieren
en het hakken van vlees
heeft ze doorgaans vrij.
Aan een op de duizend gesprekken
neemt ze deel,
maar zelfs dat is niet zeker,
want ze zwijgt liever.

Wanneer ons lichaam begint te lijden en lijden,
verlaat ze stilletjes haar post.
Ze is kieskeurig:
ziet ons liever niet in de massa,
walgt van onze strijd om maar te winnen
en van ons wapengekletter.

Vreugde en verdriet
zijn voor haar geen verschillende gevoelens.
Alleen als die twee zijn verbonden,
Is ze bij ons.

We kunnen op haar rekenen
wanneer we nergens zeker van zijn,
maar alles willen weten.

Wat materiële zaken betreft
houdt ze van de klokken met een slinger
en van spiegels, die vlijtig hun werk doen,
ook wanneer niemand kijkt.

Ze vertelt niet waar ze vandaan komt
en wanneer ze van ons verdwijnt,
maar lijkt zulke vragen beslist te verwachten.

Het ziet ernaar uit
dat net als wij haar
zij ons ook
ergens voor nodig heeft.

(Wyslawa Szymborska)